Maandag 19 oktober 2015

Op deze dag zouden we weer naar Tamatave terugreizen. We ontbeten om half zeven in het binnenterras van Centre Lambahoany.

Ons laatste ontbijt in Centre Lambahoany in Tamatave (foto: Jan)
Ons laatste ontbijt in Centre Lambahoany in Tamatave (foto: Jan)

Om kwart over zeven moesten we weg, om op tijd bij het Cotissestation te zijn. We namen afscheid van George en Marcia en bedankten hen voor de goede zorgen. Door de inspanningen van George was onze reis de laatste drie weken net zo boeiend als de eerste drie weken.

Afscheid van George en Marcia, die voor Centre Lambahoany staan.
Afscheid van George en Marcia, die voor Centre Lambahoany staan (foto: Jan)

Met twee pousse-velo reden we naar het station van de  Cotisse, dat vijf minuten fietsen van Centre Lambahoany lag.  De Cotisse is een luxe bus tussen Tamatave en Tana (ook tussen Mahanjanga en Tana), waar slecht 16 zitplaatsen in zitten die ook aan niet meer dan 16 mensen worden verkocht. De bus stopte tussen Tamatave en Tana alleen voor een eetpauze bij het kruispunt in de RN 2 bij Andasibe  en twee  plasstops.

De Cotissebus op het Cotissestation in Tamatave

Het bedrijf Cotisse Transport (https://www.facebook.com/cotisse.transport)  is het eigendom van Rajoelina, de man die vier jaar als interim president van Madagaskar heeft gediend na de coup van 2009.  George vindt hem niet sympathiek en ik ben het daar mee eens, maar voor het comfortabele vervoer heeft hij toch iets moois bedacht. Voor de toerist en diegene die het kan betalen is het een goed alternatief voor de taxi- brousse. Wij betaalden 24000 ariary per persoon, dat is ongeveer 8 euro. Voor een rit van bijna 8 uur is dat niet veel, maar de meeste Madagassiers kunnen dit niet betalen. Voor hen blijft de taxi-brousse de uitkomst.

Om kwart over zeven gingen we met de pousse-velo naar het Cotisse station, waar we omstreeks half acht aankwamen. Daar werd onze bagage op het busje geladen. Om acht uur vertrokken we en om vier uur kwamen op het Cotissesstation in Tana aan. Daar namen we een taxi naar hotel Manoir Rouge, vijf minuten lopen van het vliegveld Ivato. We hadden geen zin meer in de drukte van de binnenstad bij hotel Anjary: te veel bedelaars, te veel drukte, met de kans er bestolen te worden.

Op weg naar het hotel begon het te regenen. Toen we daar aankwamen, was het inmiddels een wolkbreuk geworden. Die avond bleven binnen in het hotel, waar ongeveer acht keer het licht uitviel. Dat gold waarschijnlijk voor de hele stad. We aten onze maaltijd bij kaarslicht en ik scheen mijn visje op het bord af en toe bij met een zaklantaarn.